


AMSTERDAM, 16 februari 2010 00:00
Het wordt steeds moeilijker om gericht schoenen in te kopen. Worden het weer Crocs en Birkenstock of komen er nieuwe hits om de hoek kijken? GfK Panelservices Benelux onderzocht in najaar 2009 het koopgedrag van Nederlandse ouders als het gaat om kinderschoenen.
Drie paar per jaar
Het aantal paar schoenen dat in 2009 voor kinderen werd gekocht verschilde nogal. De meeste kinderen krijgen per jaar drie paar (36%). Relatief vaker zijn dit hoogopgeleide ouders (40%) en ouders uit het oosten (44%). Twee procent van de ouders koopt nooit nieuwe schoenen, dat is 1 procent meer dan degenen die maar één nieuw paar kopen. Maar echt verwend worden onze kids nou ook weer niet: slechts 4 procent koopt zes paar nieuwe kinderschoenen per kind, per jaar. Opvallend is verder dat bovengemiddeld de groep twintigers helemaal geen nieuwe schoenen heeft gekocht. Tegelijkertijd is deze groep ondervraagden koploper in de groep van respondenten die meer dan zes paar schoenen heeft gekocht in de laatste twaalf maanden. Ouders met bovenmodale inkomens zijn minder kooplustig: maar 4 procent heeft het afgelopen jaar zes nieuwe paren aangeschaft per kind.
Dertigers kopen relatief vaker vier paar kinderschoenen, gemiddeld is dit 25 procent. Vijftigers houden het bovengemiddeld bij een degelijke twee paar (41%). Ook consumenten uit het noordelijke district (35%) en met een modaal inkomen (31%), kopen relatief vaker twee paar per kind per jaar. Ondanks de recessie is 62 procent van de ouders bereid meer dan €30,- te betalen voor een paar kinderschoenen van de bekendere merken. In de prijsklasse €20,- tot €40,- ging de consument bovengemiddeld voor Teva, terwijl in de prijsklasse €10,- tot €30,- relatief vaker Crocs het populairste merk bleek te zijn.
Er zijn nog geen reacties op dit artikel.
Bedrijfsvoering »
Marktcijfers »